100% grasgevoerd West-Vlaams Rood: een vergeten ras

100% grasgevoerd West-Vlaams Rood: een vergeten ras

In de polder van Oudenburg, waar de wind van de zee over de weiden strijkt, loopt een kudde dieprode runderen. Het zijn er geen honderden. Het zijn er vijfenzestig. En ze horen bij een ras dat bijna van onze weiden verdween: het West-Vlaams Rood.

Boer Benedict kweekt ze samen met zijn dochter Irena. Klein bedrijf, groot verhaal. Hun vlees is intussen erkend als streekproduct, en wie de beesten in de wei ziet staan, begrijpt meteen waarom. Wij trokken naar de polder om te luisteren.

Een ras dat bijna verdween

"Mijn vader was kweker van West-Vlaams Rood, mijn grootvader ook," vertelt Benedict. "Dit is al de derde, de vierde generatie." Waarom hij het volhoudt, terwijl zoveel boeren overschakelden op zwaardere, snellere rassen? "Uit pure liefde voor de beesten."

60-70 jaar geleden liep het roodras nog volop in de polder. Vandaag is Benedict een van de laatsten. Zijn kudde is honderd procent raszuiver, ieder beest staat ingeschreven in het stamboek. Elk jaar opnieuw is het zoeken naar de juiste stier om de bloedlijnen gezond te houden, want van zo'n zeldzaam ras blijft er weinig over. Dat vraagt geduld en vakmanschap. Het is geen toeval dat het West-Vlaams Rood bijna verdween. Het is wél een keuze dat het er nog is.

Honderd procent gras, het hele jaar door

De polder maakt het verschil. "Sterke poldergrond," zegt Benedict, "en het klimaat van de zee." Zijn runderen staan het hele seizoen in het gras. Geen krachtvoer, ook niet in de winter. Dan schakelt hij over op hooi en voordroog, gemaaid in de natuurweiden, in samenwerking met Natuur en Bos. Puur gras, puur seizoen.

Dat het werkt, bewijzen de dieren zelf. "De zwaarste koe die ik ooit had, woog 963 kilo," vertelt hij. "Puur uit het gras." Geen enkele korrel industrieel voer heeft eraan te pas gekomen. Voor een boer die alles op tempo en gewicht zou willen sturen, klinkt dat als een omweg. Voor Benedict is het gewoon de juiste weg.

Je proeft het verschil, en je ziet het

Grasgevoerd vlees verraadt zichzelf, zegt Benedict, nog voor je het proeft. "Ge ziet dat aan de slacht. Een beest dat op gras staat, dat vet is helder. Eentje dat afgemest is met industrieel voer, dat is het niet." En de smaak? Die haalt het dier uit de wei. "Dat gras vind je terug in het vlees."

Het is precies dat verschil waar het bij grasgevoerd rundvlees om draait. Niet om een marketingwoord op een etiket, maar om een dier dat traag groeit, buiten leeft en eet wat de polder geeft.

Kleinschalig, met de handen

Vijfenzestig koeien, dat is geen fabriek. Het is een familie die elke dag opnieuw naar buiten gaat. Irena, de dochter, komt elke ochtend en elke avond mee helpen. De beesten zijn er zo aan gewend dat je ze gewoon kunt aaien. "Dat is de lievelingskoe van de dochter," lacht Benedict bij een van de dieren. "Een heel braaf beest. Zie hoe ze blinkt."

De runderen leven buiten, zoeken zelf de schaduw op onder de bomen, en krijgen de tijd die een dier verdient. En wat er uiteindelijk op tafel komt, wordt met evenveel respect behandeld. "We eten alles, van kop tot staart. Een stukje staartvlees in de soep, dat is heerlijk." Niets gaat verloren. Zoals het vroeger ging.

Van de polder tot op je bord

Dit is het soort vlees waar Couvert voor bestaat. Rechtstreeks van een lokale boer met een naam en een gezicht, uit een korte keten, eerlijk gekweekt en vers tot bij jou geleverd. Geen anoniem stuk uit het schap, maar het West-Vlaams Rood van Benedict en Irena uit de polder van Oudenburg.

Een ras dat bijna verdween, komt zo opnieuw op ons bord. En dat proef je.

Zin om het zelf te proeven? Ontdek het aanbod op couvert.be.

Ook interessant

Toon alle berichten
Slide